Ga naar inhoud

Prompts voor leerkrachten

Klaar om te kopiëren. Zet je profielblok of je klasbeschrijving erboven en vul het onderwerp in. Uitgebreidere bibliotheek: ../06-goed-gebruik/01-promptbibliotheek.md.


Je vaste context

Schrijf dit één keer, bewaar het, plak het boven elke prompt:

VASTE CONTEXT
Ik geef [vak] in het Vlaamse [niveau/richting], leerlingen van [leeftijd].
Terminologie: ik hanteer [3-5 termen waar mijn vak strikt in is].
Notatie: decimaalkomma, SI-eenheden, Belgisch Nederlands.
Wat ik nooit wil zien: [Engelse termen / lange zinnen / kinderachtige toon].
Stel me eerst maximaal 3 vragen als iets onduidelijk is.

1. Eén tekst, drie niveaus, hetzelfde gesprek

[VASTE CONTEXT]

Maak van onderstaande tekst drie versies:
A) sterk vereenvoudigd — max 8 woorden per zin, geen samengestelde zinnen
B) het origineel, met 5 moeilijke woorden uitgelegd in de marge
C) uitgebreider — rijkere woordenschat, één alinea extra die aanzet
   tot nadenken

Bij alle drie DEZELFDE 3 begripsvragen, op hetzelfde denkniveau,
zodat de hele klas over hetzelfde kan napraten.

[tekst]

Dat laatste is het didactische hart: verschillende teksten, één gesprek. Zo blijft je klas één groep.


2. Oefenreeks met denkfouten erbij

[VASTE CONTEXT]

Maak 15 oefeningen over het onderwerp hieronder, in 3 blokken van 5:
begrijpen / toepassen in een bekende context / transfer naar iets nieuws.

Gebruik uitsluitend de terminologie en notatie uit mijn cursus hieronder.
Sleutel apart. Bij elke foute antwoordoptie: de denkfout erachter.

Onderwerp:
[cursustekst]

3. Van foutenpatroon naar remediëring

[VASTE CONTEXT]

Hieronder de 6 meest voorkomende foute antwoorden bij een toets over
[onderwerp], zonder namen.

Groepeer ze in maximaal 4 misvattingen. Geef per misvatting: wat de
leerling denkt, waarom dat logisch aanvoelt, en één oefening van
5 minuten die precies dát aanpakt — geen extra oefening van hetzelfde.

[foute antwoorden]

Dit is de toepassing waar leerkrachten het meeste uithalen: AI gebruiken om beter te kijken, niet om meer te produceren.


4. Toets doorlichten

[VASTE CONTEXT]

Twee vragen over deze toets:

1. Los hem op zoals een leerling met AI-hulp dat zou doen. Welk deel
   meet nog echt begrip, en welk deel is triviaal geworden?
2. Welke vragen testen eigenlijk leesvaardigheid in plaats van vakkennis?

Geef daarna een aangepaste versie: max 12 woorden per zin, één vraag
per blok, kernwoord vetgedrukt. Inhoud en moeilijkheidsgraad identiek.

[toets]

5. Materiaal dat thuis werkt zonder hulp

[VASTE CONTEXT]

Maak oefenmateriaal over [onderwerp] dat leerlingen volledig zelfstandig
kunnen maken, zonder dat een volwassene kan helpen.

- elke opdracht bevat een volledig uitgewerkt voorbeeld
- instructie in max 8 woorden per zin
- bij elke oefening staat hoe je zelf controleert of het klopt
- niets moet opgezocht worden
- alles werkt op papier, geen scherm nodig

Dit is de meest onderschatte prompt in deze map. Hij verkleint de kloof tussen leerlingen die thuis geholpen worden en leerlingen die dat niet worden.


6. Pre-teaching in vijftien minuten

[VASTE CONTEXT]

Ik geef volgende week les over [onderwerp].
Maak een A4 dat leerlingen VOORAF doornemen in 15 minuten:
de 5 kernwoorden met uitleg, één volledig uitgewerkt voorbeeld,
en 3 vragen zodat ze met voorkennis in de les zitten.

7. Een compleet leerpakket voor een hoofdstuk

Video, podcast, flashcards, quiz en infographic uit één hoofdstuk: zie 02-notebooklm-leerpakket.md. Dat kost je twintig minuten en je gebruikt het elk jaar opnieuw.


8. Je eigen cursus laten testen

Je bent een leerling van [leeftijd] die dit hoofdstuk voor het eerst leest.
Zeg exact waar je afhaakt: welke zin je niet begrijpt, welke stap
ontbreekt, welk woord je niet kent, waar je zou moeten terugbladeren.

[cursustekst]

Twintig minuten werk, en het verbetert elke les die je met dat materiaal nog geeft.


Wat je altijd nakijkt

Elk getal. Elke datum. Elke formule. Elke notatie. Elke veiligheidsinstructie.

En: klinkt de inleiding als jou, of als een handboek? Herschrijf minstens de instructies in je eigen woorden — leerlingen horen het verschil.


Verder