Ga naar inhoud

Profielblokken

Kies er één. Plak hem bovenaan elke prompt. Pas hem één keer aan naar jouw situatie en gebruik hem daarna altijd. Geen namen, geen diagnoses — alleen wat de leerling doet. Dat levert betere output op én je kunt het delen.


Hoe je je eigen blok bouwt

Vier regels. Meer niet.

PROFIEL
Leeftijd en niveau: ...
Wat al lukt: ...
Waar het misloopt: ...
Vormeisen: ...

De vierde regel is de belangrijkste: die vertaalt het functioneren naar concrete eisen aan de tekst. Dat is wat het model echt kan uitvoeren.


De blokken

A — Traag lezen, moeite met onthouden (het meest gebruikte blok)

PROFIEL
Leeftijd: 16 jaar, secundair onderwijs.
Wat al lukt: begrijpt uitleg goed als hij ze hoort; kan mondeling
goed navertellen; werkt door als de stappen klein zijn.
Waar het misloopt: leest woord voor woord en verliest de draad;
onthoudt nieuwe woorden en begrippen moeilijk; verliest de aandacht
bij lange stukken; abstracte of figuurlijke taal komt niet binnen.

VORMEISEN — hou je hier strikt aan:
- maximaal 10 woorden per zin, één idee per zin, actieve vorm
- geen figuurlijke taal, geen spreekwoorden, geen ironie
- elk kernbegrip minstens 3 keer laten terugkomen, telkens anders verwoord
- elke nieuwe term bij eerste gebruik uitleggen in maximaal 5 woorden
- opdelen in blokken van maximaal 3 minuten, met een tussentitel per blok
- na elk blok één korte controlevraag met het antwoord erbij
- alle inhoud blijft behouden; alleen de vorm wordt eenvoudiger

B — Lager onderwijs, traag lezen

PROFIEL
Leeftijd: 9 jaar, lager onderwijs.
Wat al lukt: praat vlot, denkt goed mee, houdt van tekeningen en verhalen.
Waar het misloopt: lezen gaat traag en kost veel energie; onthoudt
losse feitjes moeilijk; haakt af bij lange stukken tekst.

VORMEISEN:
- maximaal 8 woorden per zin, één idee per zin
- alleen woorden die een kind van 8 al kent, behalve de vaktermen
- lange woorden bij eerste gebruik splitsen met een streepje
- veel witruimte, opsommingen in plaats van alinea's
- elk kernbegrip koppelen aan iets concreets uit het dagelijks leven
- niet kinderachtig doen: gewone, vriendelijke toon

C — Kort kunnen focussen, moeilijk starten

PROFIEL
Leeftijd: 13 jaar.
Wat al lukt: begrijpt het snel als hij eenmaal bezig is; werkt goed
in korte blokken; houdt van directe terugkoppeling.
Waar het misloopt: raakt moeilijk gestart; haakt na een paar minuten af;
verliest overzicht bij lange opdrachten; schat tijd verkeerd in.

VORMEISEN:
- opdelen in blokken van maximaal 5 minuten, met een duidelijk einde
  per blok ("dit blok is klaar als je ... kunt")
- per blok maximaal één nieuw begrip
- na elk blok onmiddellijk een korte oefening met het antwoord erbij
- geen lange inleidingen — meteen ter zake
- tijdsindicatie bij elk onderdeel
- rustige opmaak: geen kaders in kaders, geen versiering

D — Voorspelbaarheid nodig, letterlijke taal

PROFIEL
Leeftijd: 15 jaar.
Wat al lukt: werkt zelfstandig als duidelijk is wat er verwacht wordt;
sterk in detail; onthoudt goed wat gestructureerd is aangeboden.
Waar het misloopt: onduidelijke opdrachten blokkeren de start;
interpreteert taal letterlijk; onverwachte wendingen ontregelen;
weet niet wanneer iets "af" is.

VORMEISEN:
- begin met: wat ga je leren, hoeveel delen zijn er, hoe lang duurt het
- vaste structuur per deel, altijd dezelfde volgorde
- geen figuurlijke taal, geen ironie, geen "een beetje" of "iets over"
- elk deel eindigt met "je bent klaar met dit deel als je ... kunt"
- geen open vragen zonder aangegeven verwachting
- kondig elke overgang aan ("nu volgt deel 3 van 5")

E — Taal loopt achter op het denken

PROFIEL
Leeftijd: 12 jaar.
Wat al lukt: denkt goed mee, snapt verbanden, kan aanwijzen en ordenen.
Waar het misloopt: begrijpt lange of samengestelde zinnen niet;
zoekt woorden die niet komen; verwart vraagwoorden zoals waarom en hoe;
figuurlijke taal komt letterlijk binnen.

VORMEISEN:
- maximaal 8 woorden per zin, geen bijzinnen, geen lijdende vorm
- geen verwijswoorden zoals "dat", "die" of "hierdoor" — herhaal het woord
- vaste zinsvolgorde: wie doet wat, waarmee, wanneer
- elk vakwoord met een beeld of een concreet voorbeeld erbij
- het denkniveau blijft volledig behouden; alleen de taal wordt eenvoudiger
- geef bij elke opdracht ook de zinnetjes waarmee je kunt antwoorden

F — Meerdere dingen tegelijk (lezen, aandacht, onthouden)

PROFIEL
Leeftijd: 16 jaar.
Wat al lukt: begrijpt goed als het gesproken wordt; kan mondeling
uitleggen wat hij weet; werkt door bij korte, duidelijke stappen.
Waar het misloopt: lezen gaat traag en kost bijna alle energie;
nieuwe woorden blijven niet hangen; verliest snel de aandacht;
abstracte taal komt niet binnen; heeft veel meer herhaling nodig
dan gemiddeld voor iets blijft zitten.

VORMEISEN — hou je hier strikt aan:
- maximaal 10 woorden per zin, één idee per zin, actieve vorm
- geen figuurlijke taal, geen ironie, geen beeldspraak
- blokken van maximaal 3 minuten, met een tussentitel per blok
- per blok maximaal één nieuw begrip
- elk kernbegrip minstens 3 keer, telkens in een andere vorm:
  eerst uitleggen, dan met een voorbeeld, dan als vraag
- na elk blok één controlevraag met het antwoord erbij
- op het einde: alle kernbegrippen nog eens in één lijst
- alle inhoud blijft behouden; niets weglaten, alleen anders verpakken

Blok F is het uitgangspunt bij meervoudige moeilijkheden. Kijk ook naar ../04-leerstoornissen/10-combinaties.md — soms spreken aanpassingen elkaar tegen en moet je kiezen.

G — Nederlands als tweede taal

PROFIEL
Leeftijd: 14 jaar. Nederlands is niet de thuistaal; leert het sinds
ongeveer [X] maanden. Volgt inhoudelijk het niveau van zijn leeftijd.
Wat al lukt: begrijpt de vakinhoud als de taal eenvoudig is;
werkt hard; leert nieuwe woorden snel als ze herhaald worden.
Waar het misloopt: schooltaal en instructiewoorden (verklaar, vergelijk,
in eigen woorden) zijn onbekend; lange zinnen lopen mis.

VORMEISEN:
- Belgisch Nederlands, geen Nederlands-Nederlandse woordkeuze
- maximaal 10 woorden per zin
- alle vaktermen behouden, elk met een uitleg in maximaal 6 woorden
- alle instructiewoorden apart uitleggen met een voorbeeld
- het denkniveau NIET verlagen — alleen de taal
- geef onderaan een woordenlijst met de 10 belangrijkste nieuwe woorden

H — Volwassen cursist, weinig schoolervaring

PROFIEL
Volwassene, [leeftijd] jaar. Leest moeizaam. Ging kort of lang geleden
naar school en heeft daar geen goede herinneringen aan.
Wat al lukt: veel praktijkervaring; leert snel als het over iets
gaat wat hij nodig heeft.
Waar het misloopt: lange teksten; schooltaal; opgeven bij de eerste fout.

VORMEISEN:
- maximaal 8 woorden per zin, één feit per zin
- VOLWASSEN toon: geen uitroeptekens, geen aanmoediging, geen
  verkleinwoorden, geen kinderlijke voorbeelden
- vertrek altijd van een situatie uit het echte leven
- de eerste twee oefeningen kunnen niet fout gaan
- bij elke oefening: hoe kan ik zelf zien of het klopt

I — Sterk denken, drempel in de uitvoering

PROFIEL
Leeftijd: 15 jaar. Denkt snel en diep.
Wat al lukt: legt mondeling uitstekend uit; ziet verbanden meteen;
verveelt zich bij herhaling van wat hij al kent.
Waar het misloopt: [lezen gaat traag / krijgt niets opgeschreven /
raakt niet gestart]; werkt daardoor ver onder zijn niveau op papier.

VORMEISEN:
- inhoudelijk uitdagend: grensgevallen, uitzonderingen, waarom de
  regel bestaat, wat er gebeurt als een aanname wegvalt
- maar met de drempel weggenomen: korte zinnen, weinig schrijfwerk,
  alle gegevens zichtbaar
- verlaag het denkniveau NIET om het toegankelijk te maken
- geen kinderlijke context, geen overbodige aanmoediging

J — Kleuter (de volwassene bedient de tool)

PROFIEL
Ik ben leerkracht/ouder en maak materiaal voor kleuters van [leeftijd].
De kleuter gebruikt zelf geen enkel scherm en geen AI.
Ik krijg het resultaat en werk er zelf mee.

VORMEISEN:
- maximaal 6 woorden per zin
- alleen concrete zelfstandige naamwoorden, geen abstracte begrippen
- geen ontkenningen ("niet lopen" wordt "stappen")
- alles moet uitvoerbaar zijn met materiaal dat in een kleuterklas ligt
- geen werkbladen — spel, handeling, gesprek

K — Praktijk- en beroepsgericht

PROFIEL
Leeftijd: 17 jaar, arbeidsmarktgerichte richting [richting].
Wat al lukt: sterk in de praktijk; leert door te doen; onthoudt
goed wat hij met zijn handen deed.
Waar het misloopt: schriftelijke opgaven in schrijftaal; theorie
zonder zichtbaar nut; lange teksten.

VORMEISEN:
- maximaal 10 woorden per zin, geen schrijftaal
  (geen "dient te worden", "alvorens", "teneinde")
- vertrek ALTIJD van een situatie op de werkvloer, daarna pas de theorie
- vaktermen behouden — die moet hij kennen — met korte uitleg
- realistische getallen, materialen en Belgische context
- veiligheidsinformatie letterlijk overnemen uit de officiële bron,
  nooit herformuleren

L — Neutraal blok (geen bijzondere onderwijsbehoefte)

PROFIEL
Leeftijd: [X] jaar, [niveau/richting].
Wat ze al kennen: [voorkennis, één zin].
Waar ze op vastlopen: [struikelblok, één zin].

VORMEISEN:
- Belgisch Nederlands, Vlaamse onderwijsterminologie
- decimaalkomma, SI-eenheden
- korte zinnen, actieve vorm
- alle vaktermen uit mijn cursus behouden

Je blok verbeteren

Werkt het resultaat niet? Pas het profielblok aan, niet de taakprompt. Drie zinnen die bijna altijd helpen:

De zinnen zijn nog te lang. Maximaal 8 woorden, echt.
Er zit nog beeldspraak in. Schrijf alles letterlijk.
Te weinig herhaling. Elk kernbegrip drie keer, telkens anders.


Verder