Ga naar inhoud

Het complete leerpakket uit één hoofdstuk

Wat dit is — je uploadt één cursushoofdstuk en je krijgt er een video, een podcast, flashcards, een quiz en een infographic uit. Alles gebaseerd op jouw cursus, niet op wat een AI ergens gelezen heeft. Waarom dit werkt — vijf keer dezelfde leerstof in vijf verschillende vormen. Dat is geen luxe: het is precies wat onthouden mogelijk maakt bij wie moeilijk automatiseert. Tool — NotebookLM (gratis). De prompts werken met kleine aanpassingen ook elders; zie 08-tooloverzicht.md.


Vooraf: waar de kwaliteit vandaan komt

Voor je één prompt typt: de bronnen die je uploadt bepalen 80% van het resultaat. NotebookLM werkt alleen met wat jij aanlevert. Upload dus royaal:

  • het cursushoofdstuk zelf
  • de nota's uit de les
  • de leerplandoelen of het lesdoel, als je die hebt
  • een vorige toets over hetzelfde onderwerp — dan weet het model wat er gevraagd wordt
  • eventueel de samenvatting die de leerkracht gaf

Wat er niet in mag: iets met een leerlingnaam erop.

Maak per hoofdstuk een apart notebook. Alles in één notebook gooien levert vagere antwoorden op.


De vaste opzet

Elke prompt hieronder heeft dezelfde drie delen:

[PROFIELBLOK uit 01-profielblokken.md]

[TAAKPROMPT — hieronder]

Onderwerp: ____________________
Naam van het resultaat: ____________________

Die laatste regel lijkt onbelangrijk maar is het niet: als je twintig video's maakt, wil je ze terugvinden. Gebruik een vast patroon, bijvoorbeeld BIO-H4-bloedsomloop.


1. Video

Maak een uitgebreide, gedetailleerde video over het onderwerp hieronder.
Gebruik uitsluitend de geüploade bronnen.

Opbouw:
1. Start met een overzicht: wat ga je leren, uit hoeveel delen bestaat
   het, hoe lang duurt het.
2. Verdeel de inhoud in blokken van maximaal 3 minuten. Elk blok heeft
   een titel en behandelt maximaal één nieuw kernbegrip.
3. Leg elk kernbegrip drie keer uit, telkens anders: eerst in gewone
   woorden, dan met een concreet voorbeeld, dan als vraag met antwoord.
4. Ondersteun elk begrip met een duidelijke, eenvoudige afbeelding.
   Op elke afbeelding staat maximaal één idee. Zet de kernwoorden
   in beeld terwijl ze uitgesproken worden.
5. Na elk blok: één controlevraag, drie seconden stilte, dan het antwoord.
6. Sluit af met alle kernbegrippen in één overzicht.

Praat rustig en laat pauzes tussen de blokken.

Onderwerp:
Naam van de video:

Waarom deze opbouw: het model kan niets met "maak het zo goed dat hij het kent". Het kan wél iets met blokken, herhalingsstructuur en controlevragen — en dat is precies wat "kennen" oplevert.


2. Podcast / audio

Maak een uitgebreide, gedetailleerde audio-uitleg over het onderwerp
hieronder. Gebruik uitsluitend de geüploade bronnen.

Dit is ALLEEN geluid — er is geen beeld. Alles moet dus in woorden
begrijpelijk zijn, zonder te verwijzen naar iets wat te zien is.

Opbouw:
1. Zeg eerst wat er komt: hoeveel delen, hoe lang, wat je erna kunt.
2. Blokken van maximaal 3 minuten, elk met een gesproken titel
   ("deel 2 van 5: ...").
3. Elk kernbegrip drie keer, telkens anders verwoord.
4. Beschrijf beelden in woorden ("stel je een buis voor waar water
   doorheen loopt") in plaats van ernaar te verwijzen.
5. Na elk blok: een controlevraag, een korte stilte, dan het antwoord.
6. Herhaal aan het einde alle kernbegrippen kort.

Praat rustig, met duidelijke pauzes tussen de delen.

Onderwerp:
Naam van de podcast:

Veelgemaakte fout: "gebruik duidelijke afbeeldingen" laten staan in een audioprompt. Dat is een kopieerfout die je een slechtere audio oplevert, want het model probeert dan naar beelden te verwijzen die er niet zijn.

Waarvoor dit het sterkst is: voor wie moeizaam leest, is luisteren de enige route waarbij álle energie naar begrijpen gaat. Laat de podcast draaien tijdens het fietsen of het afruimen — dan is herhaling gratis.


3. Flashcards

Maak uitgebreide flashcards over het onderwerp hieronder.
Gebruik uitsluitend de geüploade bronnen.

Regels:
- de voorkant is een korte vraag van maximaal 10 woorden
- de achterkant is een antwoord van maximaal 20 woorden, in gewone taal
- één feit of begrip per kaart, nooit twee
- gebruik de exacte termen uit de cursus, niet je eigen synoniemen
- maak van elk kernbegrip drie kaarten: één die vraagt wat het is,
  één die vraagt naar een voorbeeld, en één die vraagt naar het verschil
  met een verwant begrip
- zet de moeilijkste kaarten niet allemaal achteraan

Onderwerp:
Naam van de set:

Zo gebruik je ze: niet één keer doorlopen. Wel korte sessies van vijf minuten, verspreid over de dagen — vandaag, morgen, over drie dagen, over een week. Gespreide herhaling is het verschil tussen kennen op vrijdag en kennen op de toets.


4. Quiz

Maak een uitgebreide quiz over het onderwerp hieronder.
Gebruik uitsluitend de geüploade bronnen.

Opbouw: drie blokken van elk 5 vragen.
- Blok 1 — herkennen: weet je wat de begrippen betekenen?
- Blok 2 — toepassen: kun je het gebruiken in een situatie uit de les?
- Blok 3 — herkennen in het nieuw: kun je het toepassen op een situatie
  die niet in de cursus stond?

Per vraag:
- de vraag in maximaal 15 woorden
- vier antwoordmogelijkheden, allemaal ongeveer even lang
- het juiste antwoord, met uitleg in één zin
- bij elk fout antwoord: waarom iemand dat zou kiezen en wat er niet klopt

Geen strikvragen. Geen dubbele ontkenningen.

Onderwerp:
Naam van de quiz:

Blok 3 is het blok dat telt. Wie blok 1 en 2 haalt maar op blok 3 vastloopt, heeft de woorden geleerd maar de leerstof nog niet.


5. Infographic

Maak een infographic over het onderwerp hieronder.
Gebruik uitsluitend de geüploade bronnen.

Regels:
- maximaal 7 kernbegrippen op de hele infographic
- per begrip maximaal 12 woorden tekst
- gebruik een duidelijke volgorde van boven naar onder of van links
  naar rechts, zodat je ziet wat eerst komt
- elk begrip krijgt één eenvoudig beeld, met maar één idee erin
- geen versiering die niets betekent
- kleur alleen gebruiken waar ze iets betekent, en dan consequent

Dit blad hangt boven een bureau. Iemand moet er in tien seconden
het overzicht uit halen.

Onderwerp:
Naam van de infographic:

6. Samenvatting om te studeren

Maak een samenvatting van het onderwerp hieronder, om uit te studeren.
Gebruik uitsluitend de geüploade bronnen.

Opbouw:
- bovenaan: wat moet je na het studeren kunnen? Maximaal 5 punten,
  elk beginnend met een werkwoord.
- daarna per kernbegrip: wat het is, één voorbeeld, en de fout die
  mensen er vaak mee maken
- onderaan: 10 vragen om jezelf te overhoren, met de antwoorden apart
  zodat je ze kunt afdekken

Geen inleidende zinnen die niets toevoegen. Alles wat er staat,
moet gekend worden.

Onderwerp:

De volgorde die werkt

Niet alles tegelijk. Deze volgorde levert het meeste op:

Wanneer Wat Waarom
Dag 1 Video kijken, één keer Overzicht en eerste kennismaking
Dag 1 Samenvatting printen Papier om bij te houden
Dag 2 Video nog eens, en de quiz Nu weet je waar je op moet letten
Dag 3 Flashcards, 5 minuten Eerste gespreide herhaling
Dag 5 Podcast tijdens het fietsen Herhaling zonder inspanning
Dag 7 Flashcards + quiz opnieuw Tweede gespreide herhaling
Dag voor de toets Infographic + quiz Ophalen, niet nieuw leren

Zeven momenten, samen minder dan twee uur. Dat is minder dan één avond blokken, en het blijft zitten.


Wat je nakijkt voor je het geeft

  • Klopt de inhoud met de cursus? Bekijk de video op dubbele snelheid en let op de kernbegrippen.
  • Klopt de terminologie? Als de cursus "hartkamer" zegt en de video "ventrikel", is dat verwarrend.
  • Kloppen de getallen? Elk getal in een quiz of flashcard nakijken. Een foute flashcard wordt honderd keer ingeslepen.
  • Is de toon in orde? Geen betuttelende opmerkingen, geen kinderlijke voorbeelden bij een zestienjarige.

Zo zie je of het werkt

  • Twee weken na de toets: doe de quiz opnieuw. Wat er dan nog staat, is echt geleerd.
  • Aantal keer dat de leerling het zelf opnieuw opzet zonder dat jij het vraagt. Dat is het echte succes.
  • Kan hij het uitleggen? Drie minuten mondeling, zonder hulpmiddelen.
  • De toets zelf — maar wees eerlijk: één goede toets kan ook geluk zijn. De retentiecheck is betrouwbaarder.

Verder