Ga naar inhoud

Prompten — de basis

Voor wie — je hebt je eerste resultaat gehaald en wil nu betrouwbaar goed materiaal, niet af en toe geluk. Kern — een prompt is een lesvoorbereiding voor iemand anders. Alles wat jij vanzelfsprekend vindt, moet erin.


Het DOEL-recept

Vier blokken. In deze volgorde. Wie ze alle vier invult, krijgt bruikbaar materiaal in één of twee beurten.

Letter Blok Vraag die je beantwoordt
D Doelgroep Wie zit er voor mij, en wat kennen ze al?
O Opdracht Wat moet er precies uitkomen?
E Eisen Vorm, lengte, taalniveau, notatie, wat niet mag
L Leerdoel Wat moet de leerling hierna kunnen?

Volledig sjabloon:

[D] Je maakt materiaal voor leerlingen van [leeftijd] jaar in [niveau/richting].
    Ze kennen al: [voorkennis].
    Ze struikelen over: [struikelblok].

[O] Maak: [exact wat je wil, met aantal].

[E] Vorm: [tabel / genummerde lijst / lopende tekst / vraag-antwoord]
    Lengte: [aantal woorden of items]
    Taal: Nederlands, korte zinnen, max [X] woorden per zin
    Notatie: [decimaalkomma, eenheden volgens SI, mijn terminologie]
    Niet doen: [wat je absoluut niet wil zien]

[L] Na deze oefening moet de leerling zelfstandig [concreet gedrag] kunnen.
    Stem moeilijkheid af op dat doel, niet hoger.

Stel me eerst maximaal 3 vragen als iets onduidelijk is.

Print dit uit. Hang het bij je bureau. Na twintig keer typ je het uit je hoofd.


De vijf hefbomen, in volgorde van impact

1. Geef je eigen bron mee. Het verschil tussen "maak vragen over fotosynthese" en "maak vragen over deze twee cursuspagina's" is groter dan alle andere technieken samen. AI die uit jouw cursus werkt, hanteert jouw definities, jouw symbolen, jouw voorbeelden — en jouw leerlingen herkennen dat.

2. Vraag om vragen. Eén regel: "Stel me eerst maximaal 3 vragen." Je krijgt een collega die overlegt in plaats van een machine die gokt.

3. Vraag om varianten, niet om hét antwoord. "Geef me 3 verschillende manieren om dit uit te leggen: één met een analogie, één stap voor stap, één met een tegenvoorbeeld." Jij kiest de beste. Dat is jouw vakmanschap, en het gaat sneller dan zelf drie versies bedenken.

4. Laat het werk controleren door dezelfde AI, met een andere pet.

Bekijk de oefeningen hierboven opnieuw, nu als kritische vakcollega.
Welke vraag is dubbelzinnig, welke heeft meer dan één juist antwoord,
welke test iets anders dan bedoeld? Geef per probleem een verbetering.
Dit vangt een verrassend groot deel van de fouten. Het vervangt jouw controle niet.

5. Bouw verder in dezelfde conversatie. Nieuwe chat = alle context weg. Blijf in hetzelfde gesprek zolang je aan dezelfde les werkt.


Rollen die echt verschil maken

Een rol aan het begin verandert de toon én het detailniveau. Vier die hun nut bewijzen:

Je bent een ervaren leerkracht [vak] met 20 jaar ervaring in [niveau].
Je bent een logopedist die uitleg herschrijft voor leerlingen met dyslexie.
Je bent een examinator die controleert of een vraag ondubbelzinnig is.
Je bent een leerling van 14 die dit hoofdstuk voor het eerst leest.
Lees onderstaande uitleg en zeg waar je afhaakt en wat je niet snapt.

Die laatste is de meest onderschatte prompt in deze hele map. Gebruik hem op je eigen cursusteksten.


Zes zinnen om altijd bij de hand te hebben

Te makkelijk. Til het naar toepassing en analyse, niet reproductie.
Herschrijf op B1-niveau: korte zinnen, alledaagse woorden, actieve vorm.
Geef bij elk fout antwoord de denkfout die erachter zit.
Zet dit in een context uit [zorg / bouw / horeca / logistiek / techniek].
Kort in tot de helft zonder inhoud te verliezen.
Waar ben je onzeker over? Markeer wat ik zelf moet natrekken.


Wat je bewust niet doet

Niet doen Waarom In plaats daarvan
"Maak een les over X" Te vaag, levert grijs materiaal DOEL-recept invullen
Beleefdheidsformules en excuses toevoegen Kost woorden, verandert niets Direct instrueren
Het eerste antwoord aannemen Het is een ruwe versie Minstens één keer bijsturen
Zeggen "wees creatief" Levert bloemrijke taal, geen betere didactiek Concreet zeggen wát er anders moet
Vragen naar bronnen en die overnemen Verwijzingen kunnen verzonnen zijn Zelf de bron opzoeken en controleren
Vertrouwen op rekenwerk Getallen kloppen niet altijd Zelf narekenen, of om de redenering vragen en die controleren

Een prompt die je één keer schrijft en honderd keer gebruikt

Maak één tekstbestand met jouw vaste context. Plak dat bovenaan elke nieuwe conversatie.

VASTE CONTEXT — [jouw naam], leerkracht [vak], [school-type]

Mijn klassen: [beschrijving per klasgroep, zonder leerlingnamen]
Leerplan/doelen die ik volg: [koepel, leerplannummer of minimumdoelen]
Terminologie die ik hanteer: [3-5 termen waar jouw vak strikt in is]
Notatieafspraken: decimaalkomma, eenheden in SI, [andere]
Mijn stijl: [kort en zakelijk / veel voorbeelden / veel visualisatie]
Wat ik nooit wil zien: [Engelse termen / lange zinnen / kinderachtige toon]

Dit scheelt je elke keer opnieuw drie alinea's typen, en de kwaliteit stijgt onmiddellijk.


Volgende stap