Ga naar inhoud

AI in 20 minuten — je eerste bruikbare resultaat

Voor wie — elke leerkracht die nog nooit iets met AI deed, of het één keer probeerde en teleurgesteld was. Nodig — een computer, 20 minuten, en één les die je binnenkort geeft. Resultaat — materiaal dat je effectief in die les gebruikt. Geen oefening voor de oefening.


Waarom de meeste leerkrachten afhaken

Bijna iedereen begint hetzelfde: "Maak een les over de Romeinen." Je krijgt een grijze, brave tekst zonder niveau, zonder leerplan, zonder jouw klas. Je denkt: dit is minder werk dan mijn eigen les? En je stopt.

Het probleem is niet de AI. Het probleem is dat je één zin gaf waar een collega vijf vragen zou stellen. Deze handleiding laat je dat in één keer goed doen.


Stap 1 — Kies de juiste eerste taak (2 min)

Begin niet met "een les maken". Begin met een taak die aan drie voorwaarden voldoet:

  • Je doet ze elke week opnieuw
  • Ze is saai maar noodzakelijk
  • Je kunt in 10 seconden zien of het resultaat goed is

Goede eerste taken:

Taak Waarom dit werkt
Van één tekst drie versies maken (makkelijk / gemiddeld / uitdagend) Je ziet meteen of het niveau klopt
15 oefenvragen bij een hoofdstuk dat je zelf schreef Je kent de leerstof, dus je spot fouten direct
Een moeilijke uitleg herformuleren in 3 varianten Je gebruikt de beste in de klas
Een mail aan ouders herschrijven in eenvoudige taal Direct bruikbaar, laag risico
Een verbetersleutel omzetten naar feedbackzinnen Bespaart een avond, kwaliteit blijft van jou

Slechte eerste taken: iets beoordelen, iets over een leerling, iets waar je zelf de juistheid niet van kunt controleren.


Stap 2 — Geef context zoals aan een invaller (5 min)

Stel je voor dat een bekwame invaller morgen jouw les geeft. Wat zou je die persoon vertellen? Dát typ je.

Kopieer deze prompt en vul de haakjes in:

Je bent een ervaren leerkracht [VAK] in het Vlaamse [NIVEAU].

Mijn klas: [aantal] leerlingen van [leeftijd] jaar in [richting/graad].
Wat ze al kennen: [voorkennis, 1 zin].
Waar ze op vastlopen: [struikelblok, 1 zin].

Opdracht: [wat je precies wilt].
Vorm: [aantal items / lengte / tabel of lopende tekst].
Taalniveau: korte zinnen, max [12/15/20] woorden, geen vakjargon zonder uitleg.

Als iets onduidelijk is, stel me eerst maximaal 3 vragen voor je begint.

Die laatste regel is het belangrijkste van deze hele handleiding. Ze verandert een gokmachine in een collega die overlegt.


Stap 3 — Voed je eigen materiaal (5 min)

De grootste sprong in kwaliteit komt niet van een betere prompt, maar van jouw cursus als bron. Plak je hoofdstuk, je leerplandoelen of je vorige toets erbij en zeg:

Hieronder staat mijn cursustekst. Gebruik uitsluitend deze inhoud, deze
terminologie en deze notatie. Voeg niets toe uit andere bronnen, ook niet
als je het beter of correcter vindt. Als de tekst een fout bevat, meld die
apart onderaan, maar pas de oefeningen aan de cursus aan.

[cursustekst]

⚠️ Verwijder eerst alles wat naar een leerling verwijst. Namen, klaslijsten, verslagen, handelingsplannen, foto's. Zie 02-wat-mag-en-wat-niet.md.


Stap 4 — Duw door na het eerste antwoord (5 min)

Het eerste antwoord is een ruwe versie. Beginners nemen het aan of gooien het weg; ervaren gebruikers sturen bij. Vijf zinnen die je bijna altijd nodig hebt:

Vraag 3, 7 en 11 zijn te makkelijk. Vervang ze door vragen die toepassing
vragen in plaats van reproductie.
Herschrijf dit op het niveau van een leerling die traag leest. Max 12
woorden per zin, één idee per zin.
Voeg bij elke foute antwoordoptie uit waarom een leerling die zou kiezen.
Geef me nu dezelfde oefening, maar in een context uit de bouwsector.
Kort in tot de helft. Schrap alles wat niet bijdraagt aan het doel.


Stap 5 — Controleer voor je het uitdeelt (3 min)

Vier checks, altijd, ook na een jaar ervaring:

  1. Klopt het vakinhoudelijk? Lees als vakleerkracht, niet als gebruiker.
  2. Klopt de notatie met mijn cursus? AI hanteert vaak internationale conventies (punt in plaats van komma, andere symbolen, andere formuleschrijfwijze).
  3. Klopt het niveau? Lees één alinea hardop alsof je je zwakste leerling bent.
  4. Zit er iets in dat kwetsend, stereotyperend of eenzijdig is? Namen, beroepen en voorbeelden in AI-materiaal zijn systematisch minder divers dan je klas.

Wat je vandaag gewonnen hebt

Niet: "AI kan lesgeven." Wel: je hebt een assistent die het voorbereidend werk in eerste versie aanlevert, zodat jouw tijd naar het deel gaat dat alleen jij kunt doen — kijken naar leerlingen, uitleggen, motiveren, bijsturen.


Volgende stap