ADHD en aandachtsproblemen¶
Wat het functioneel betekent — niet te weinig aandacht, maar aandacht die je niet kunt sturen. De leerling kan drie uur in een spel verdwijnen en geen drie minuten in een oefenblad. Daarnaast: moeite met starten, met wachten, met stoppen en met de tijd inschatten. Waar AI het verschil maakt — taken opsplitsen tot onder de drempel waarop starten nog lukt, en materiaal dat directe feedback geeft in plaats van feedback over drie dagen.
1. Wat de leerling ervaart¶
- Weten wat je moet doen en toch niet beginnen. Dat is geen onwil; het is de start die niet op gang komt.
- Halverwege afdwalen en pas twintig minuten later merken dat je afgedwaald bent.
- Tijd die niet aanvoelt: "nog even" is veertig minuten.
- Impulsief antwoorden, en daarna weten dat het fout was.
- Bij het overwegend onoplettende beeld: nauwelijks opvallen, en jarenlang doorgaan voor dromerig of ongemotiveerd.
Het cruciale inzicht: het probleem is zelden de moeilijkheid van de taak. Het is de lengte, de vaagheid en de afwezigheid van directe terugkoppeling.
2. Waar AI het verschil maakt¶
| Toepassing | Waarom dit werkt |
|---|---|
| Taken opsplitsen tot 10-15 minuten | Onder de drempel waarop starten nog lukt |
| Oefenmateriaal met directe feedback | Terugkoppeling na 3 seconden in plaats van 3 dagen |
| Vage opdrachten concreet maken | "Werk je verslag af" is geen opdracht; het is een categorie |
| Varianten van dezelfde oefening | Herhaling zonder de verveling die alles doet stilvallen |
| Startrituelen en stappenplannen | De eerste stap zo klein dat hij niet fout kan gaan |
3. Vijf prompts¶
a) De opstart onder de drempel brengen
Een leerling van [leeftijd] weet wat hij moet doen bij [taak] maar
raakt niet gestart.
Splits de opstart in 6 stappen van elk maximaal 5 minuten, waarvan
de eerste drie onmogelijk fout kunnen gaan (materiaal klaarleggen,
titel schrijven, de opdracht overschrijven).
Per stap: wat hij precies doet, en hoe hij ziet dat de stap klaar is.
Geen aanmoedigende taal. Alleen handelingen.
b) Vage opdrachten concreet maken
Zet deze opdracht om in een reeks concrete deeltaken van elk maximaal
15 minuten: [opdracht].
Per deeltaak: één zichtbaar resultaat dat af is, een geschatte tijd,
en een afvinkvakje. Geen deeltaak mag meer dan één handeling bevatten.
Voeg onderaan toe: wat te doen als een deeltaak niet lukt.
c) Oefenmateriaal met onmiddellijke terugkoppeling
Maak 20 korte oefeningen over [onderwerp] voor [leeftijd], elk
beantwoordbaar in maximaal 30 seconden.
Per oefening: het juiste antwoord, en bij elke foute optie de denkfout
erachter, in max 12 woorden.
Bedoeld om in blokjes van 5 minuten te doen, met zelfcontrole na elke oefening.
d) Prikkelarm materiaal
Herwerk dit werkblad voor een leerling die snel afgeleid raakt:
één oefening per blok met witruimte ertussen, geen decoratieve
afbeeldingen, geen kaders om kaders, één lettertype, links uitgelijnd,
en de instructie bovenaan in maximaal 12 woorden.
Zeg me wat je weggehaald hebt en waarom.
[werkblad]
e) Tijdsbesef opbouwen
Maak een tijdschatting-oefening voor een leerling van [leeftijd]:
8 schooltaken waarvan hij vooraf schat hoe lang ze duren, ze uitvoert
en de tijd noteert.
Geef een eenvoudig invulschema en 3 vragen achteraf over het verschil
tussen schatting en werkelijkheid.
4. Wat je niet doet¶
- Meer structuur opleggen als het niet helpt. Een deel van deze leerlingen loopt vast in te veel structuur en heeft beweging, keuze of variatie nodig. Test het in plaats van het aan te nemen.
- Beweging afnemen als straf. Wippen, wandelen, staand werken: dat is vaak precies wat de aandacht vasthoudt.
- Een lange opdracht geven met "goed je best doen". Dat is geen instructie.
- Aannemen dat medicatie het probleem oplost. Ze verandert soms de aandacht, nooit de organisatievaardigheden. Die moeten aangeleerd worden.
- Emotieherkenning of "focusmeting" via camera. Verboden onder de AI Act, en het bestaat als commercieel aanbod. Weiger het.
- AI als gesprekspartner voor de frustratie eronder. Veel van deze leerlingen dragen jaren negatieve feedback mee. Dat gesprek hoort bij een mens.
5. Zo zie je dat het werkt¶
- Opstartlatentie: minuten tussen het krijgen van de opdracht en de eerste effectieve handeling. Dit daalt zichtbaar bij goede opsplitsing en is de bruikbaarste meting bij ADHD.
- Voltooiingspercentage van opdrachten.
- Volgehouden werktijd per blok, gemeten over drie weken.
- Nauwkeurigheid van tijdschattingen, elke zes weken.
- Uitdrukkelijk niet: aantal keer dat de leerling stil zat.
6. Vaak in combinatie met¶
Dyslexie (frequent), executieve moeilijkheden (bijna per definitie — zie 09-executieve-functies.md), autisme (de combinatie is vaker regel dan uitzondering en vraagt tegengestelde aanpassingen), DCD, faalangst na jaren negatieve feedback. Zie 10-combinaties.md.
Verder¶
- Kernprincipes:
00-kernprincipes.md - Executieve functies:
09-executieve-functies.md